Richtlijn OVL

Richtlijn OVL

Samen met u als opdrachtgever bepalen we het raamwerk waaraan de Openbare Verlichtingsinstallatie moet voldoen en waarbinnen het project tot stand moet worden gebracht. Naast sociale veiligheid hebben we in de openbare ruimte uiteraard ook te maken met verkeersveiligheid. Een Openbare Verlichtingsinstallatie draagt bij aan de sociale- en verkeersveiligheid. Evenals bij sociale veiligheid gelden ook bij verkeersveiligheid specifieke eisen aan de Openbare Verlichting. Deze eisen kunnen verschillen van elkaar. Wegen moeten zodanig verlicht zijn dat een weggebruiker te allen tijde de situatie in zijn/haar rijrichting op de juiste wijze kan beoordelen. Verkeersdeelnemers moeten elkaar, obstakels, het verloop van de weg en het naderen van eventuele zijwegen goed kunnen waarnemen, zodat gevaarlijke situaties kunnen worden voorkomen. In geval van zogeheten conflictzones zoals bij kruisingen, verkeerspleinen, asverleggingen en rotondes wordt dit alleen maar belangrijker.

Om tot het juiste lichtontwerp te kunnen komen, wordt er gebruik gemaakt van de richtlijn (ROVL-2011) zoals deze is opgesteld door de Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde (NSVV). Deze richtlijn is ter vervanging van de NPR13201-1 en mede tot stand gekomen op verzoek van de Taskforce Verlichting ondersteund door Agentschap NL.

Voor verschillende gebieden gelden verschillende lichtbehoeften en daardoor verschillende benaderingen. De ROVL-2011 maakt onderscheid tussen gebieden met een verkeersfunctie, conflictgebieden en verblijfsgebieden (M-Classificatie, C-Classificatie en P-Classificatie).

Als de beleidskeuze uiteindelijk gemaakt is kan aan de hand van de richtlijn (ROVL-2011) een verlichtingsplan worden opgesteld. De keuze voor een verlichtingsklasse kan aan de hand van de determineertabel per verkeersgebied worden bepaald. Deze verlichtingsklasses geven weer wat de gemiddelde verlichtingssterkte zou moeten zijn en welke gelijkmatigheid daarbij gehanteerd moet worden.

De ROVL bekijkt de verlichtingscriteria met name vanuit het verkeersgebruik. Met betrekking tot bijvoorbeeld achterpaden heeft de ROVL geen richtlijnen opgenomen. Binnen de ROVL verwijst men hiervoor naar de eisen van Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW).

Het Politiekeurmerk Veilig Wonen bestaat voornamelijk uit stedenbouwkundige en openbare ruimte eisen. Een keurmerk “veilig wonen” wordt voor nieuwbouwsituaties alleen verkregen als aan alle eisen is voldaan. Voor bestaande bouw zijn drie verschillende keurmerken, te weten voor een woning (individueel), voor een complex en/of een woonwijk. Qua verlichting is het belangrijkste uitgangspunt van het PKVW dat de openbare (gebruiks)ruimte verlicht moet worden, waarbij de PKVW zich vastlegt aan de bepalingen en uitgangspunten van de ROVL. Wanneer de sociale veiligheidssituatie, daarbij bijvoorbeeld denkend aan achterpaden, van de locatie vraagt om aandacht dan beveelt de ROVL volgens „de geest van PKVW?” beleid te maken.

Ingaande 2017 zullen de huidige ROVL-2011 en NPR 13201: 2002 samen vervangen worden door de nieuwe Nederlandse Praktijkrichtlijn ‘Kwaliteitscriteria Openbare Verlichting’, NPR 13201. De richtlijn is gebaseerd op de Europese normen (2015) aangevuld met ervaringen vanuit de ROVL-2011. Desgewenst kunnen wij u bijpraten over de wijzigingen die de nieuwe richtlijn met zich meebrengt en wat deze inhouden voor uw organisatie.

Neem hiervoor contact op met één van onze adviseurs.